Hoe leer je voor natuurkunde?

Stappenplan - Hoe leer je voor een natuurkundetoets. Leg het uit - zoek verbanden - wees kritisch - maak stappenplannen - oefenen - gebruik Binas

Tijdens het voorbereiden van een toets wil je zo efficiënt mogelijk werken. Je wilt zo veel mogelijk leren, in een zo kort mogelijke tijd. Hoe doe je dat bij natuurkunde? In het boek staat best veel theorie, maar in de opgaven moet je vrijwel alleen maar rekenen. In deze blog geef ik een aantal stappen die je kan gebruiken bij het leren voor een natuurkundetoets. Hierdoor weet je beter hoe je je moet voorbereiden op een toets en zal je ook hogere cijfers kunnen halen.

Stap 1: Zorg dat je alle begrippen kunt uitleggen

Bij een natuurkundetoets worden er, zeker in de bovenbouw, nauwelijks feitjes gevraagd. Het is echter wel van belang dat je weet wat alle begrippen betekenen. Als je niet weet wat een begrip betekent, kan je er namelijk ook niet mee rekenen.

Bij het onderwerp elektriciteit zijn bijvoorbeeld begrippen als spanning, stroomsterkte, weerstand en vermogen erg belangrijk. Deze begrippen zou je op zo’n manier moeten leren, dat je aan iemand anders kan uitleggen wat ze betekenen. Controleer dit door ook echt de begrippen aan bijvoorbeeld je ouders of klasgenoten uit te leggen. Uitleg geven is namelijk de meest effectieve manier van leren.

Stap 2: Zoek naar het verband tussen begrippen

In de natuurkunde is vrijwel alles met elkaar verbonden. Wanneer bijvoorbeeld de spanning verandert, kan dit ook effect hebben op de stroomsterkte, weerstand en het vermogen. Het verband tussen al deze begrippen is erg belangrijk.

In het centraal examen worden namelijk steeds meer leg uit vragen gesteld. Het is dus steeds belangrijker dat je kan uitleggen wat er met een grootheid (bijvoorbeeld spanning) gebeurt als je een andere grootheid (bijvoorbeeld stroomsterkte) verandert.

Tijdens het leren van de begrippen ga je dus ook op zoek naar verbanden tussen deze begrippen. Zorg ook hierbij dat je dat aan iemand anders zou kunnen uitleggen. Wanneer je dat kan, weet je zeker dat je het verband tussen verschillende grootheden goed begrijpt.

Stap 3: Wees kritisch

Tijdens het leren ga je dus op zoek naar de definities van begrippen en kijk je naar verbanden tussen deze begrippen. Zorg ervoor dat je in dit proces kritisch bent op jezelf. Stel jezelf regelmatig de vraag: Waarom is dat zo?

Je hebt bijvoorbeeld bij het hoofdstuk elektriciteit geleerd: Als de spanning 2x zo groot wordt, wordt de stroomsterkte bij een Ohmse weerstand ook 2x zo groot. Stel jezelf dan vervolgens de vraag: Waarom is dat zo? Bij leg uit vragen moet je namelijk dit soort dingen kunnen uitleggen. Wees dus kritisch op jezelf. Stel jezelf steeds weer opnieuw vragen tijdens het lezen van de theorie en kijk of je je eigen vragen kan beantwoorden. Zo niet, dan weet je dat je dat onderwerp nog niet helemaal beheerst en dat je daar nog extra aandacht aan moet besteden.

Stap 4: Maak een stappenplan

Ook al worden leg uit vragen steeds belangrijker, bij natuurkunde zal je altijd veel rekenopdrachten moeten maken. Leer jezelf aan om rekenopdrachten altijd volgens het vierstappenplan te maken. Dit stappenplan zorgt ervoor dat je meer structuur aanbrengt in je berekeningen. Daardoor wordt het makkelijker om te zien wat je precies moet doen en hoe je bij het antwoord moet komen.

Zelfs met dit stappenplan kan het soms toch nog lastig zijn om te bedenken hoe je een vraag nou precies moet oplossen. Na stap 1 en 2 weet je precies wat je gegevens zijn en wat je moet uitrekenen, maar dan?

Hiervoor kan je gebruik maken van een stappenplan. Rekenopgaven bij natuurkunde lijken namelijk altijd heel erg op elkaar. Alleen door het verhaaltje eromheen is dat soms moeilijk te zien. Als we weer terugkijken naar het onderwerp elektriciteit, kan je bijvoorbeeld zo’n stappenplan maken:

U = gegeven; I = gegeven;
R = gevraagd
Gebruik: R = U / I

Q = gegeven; t = gegeven; U = gegeven;
R = gevraagd
1. Gebruik I = Q / t
2. Gebruik R = U / I

Wanneer je deze stappenplannen in je hoofd hebt zitten. Is het na stap 1 en 2 heel duidelijk wat je precies moet doen. Je weet dan precies welke gegevens je hebt en wat je moet uitrekenen. Vervolgens weet je vanuit je stappenplan welke stappen je moet zetten om bij het antwoord te komen.

Voor het maken van zo’n stappenplan is het handig om je oude huiswerkopdrachten door te kijken. Probeer te achterhalen wat je bij deze opdrachten precies gedaan hebt. Als je bij de huiswerkopdrachten het vierstappenplan hebt gebruikt, is dat vaak eenvoudig te zien. Schrijf al deze stappenplannen op een overzichtelijke manier op en gebruik deze tijdens het oefenen.

Stap 5: Oefenen!

Nadat je alle bovenstaande stappen hebt doorlopen, ontkom je niet aan deze stap. Een van de belangrijkste stappen in het leren voor een natuurkundetoets is het oefenen met rekenopgaven. Hoe meer je oefent en hoe meer opdrachten je maakt, hoe makkelijker deze worden.

Uiteraard heb je geen tijd om alle opdrachten opnieuw te maken, dus je moet hier goede keuzes in maken. Maak bijvoorbeeld van het huiswerk de opdrachten opnieuw die je lastig vond. Kijk of deze nu, na het leren, beter gaan dan eerst.

Maak ook de oefentoets / diagnostische toets. Deze is vaak precies op het niveau van de echte toets, dus die geeft je een goede indicatie of je op het juiste niveau zit. Probeer vervolgens ook te achterhalen of er vragen of onderwerpen tussen zitten die je nog lastig vindt. Besteedt dan alleen aan die onderwerpen nog extra aandacht en vertrouw erop dat je de rest goed genoeg beheerst.

Stap 6: Weet welke informatie in Binas staat

Bij een natuurkundetoets mag je altijd je Binas gebruiken. Hierin staat een hoop informatie die je kan / moet gebruiken op een toets. In deze blog lees je hoe je het beste kan werken met de Binas. Gebruik tijdens het oefenen altijd je Binas, zodat je weet waar je alle informatie kan vinden. Als laatste voorbereiding op een toets kan je nog even een extra keer door de Binas heen bladeren. Misschien vind je nog wel meer informatie die je kan gebruiken op de toets?

Plaats een reactie