In de bovenbouw gebruik je waarschijnlijk dezelfde rekenmachine als in de onderbouw. Waar je in de onderbouw nooit tegen problemen aanliep, kan het zijn dat je in de bovenbouw opeens op rare antwoorden uitkomt. Dat kan komen omdat je rekenmachine verkeerd is ingesteld of omdat je de berekeningen niet goed in je rekenmachine typt. Het is natuurlijk zonde om daar punten op de verliezen. In deze blog help ik je met de meest voorkomende problemen en leg ik uit hoe je deze fouten kan voorkomen. In de voorbeelden gebruik ik twee rekenmachines die het vaakst worden gebruikt.
Aantal cijfers op de rekenmachine
Beide rekenmachines kunnen maximaal 9 cijfers weergeven. In sommige gevallen is je rekenmachine echter zo ingesteld, dat hij altijd antwoord geeft in minder getallen. Dit kan problemen opleveren wanneer je een heel klein of heel groot getal als antwoord krijgt. Je ziet dan namelijk maar een gedeelte van het antwoord. Een antwoord als 0,000356 kan dan worden weergegeven als 0,00.
Het is dus aan te raden om je rekenmachine altijd het maximale aantal getallen te laten weergeven. Wanneer bovenstaand voorbeeld je bekend voorkomt, kan je dit oplossen door de volgende instelling op je rekenmachine aan te passen.
Met de volgende knoppen krijg je de juiste instelling: mode – mode – mode – 2

Met de volgende knoppen krijg je de juiste instelling: shift – setup – 3 – 3 – 2

Machten van 10
In de onderbouw komen uit berekeningen vaak mooie, ronde getallen. De getallen waren niet heel groot, maar ook niet heel klein. In de bovenbouw is dat niet meer het geval. Hier rekenen we met hele grote getallen, zoals de massa van de aarde (5 972 200 000 000 000 000 000 000 kg). Of met hele kleine getallen, zoals de massa van een elektron (0, 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 9109 kg).
Deze getallen passen natuurlijk niet op het display van een rekenmachine. Daarom gebruiken we machten van 10. We gaan in deze blog niet in op hoe je met machten van 10 moet werken. We kijken alleen naar hoe je het in je rekenmachine invult en hoe je dit van je rekenmachine kan aflezen.
Zo ziet het er bijvoorbeeld uit als je de massa van de aarde in je rekenmachine typt.

Dit betekent 5,9722 x 10^24, de komma moet dus 24 stapjes naar rechts om op het juiste decimale getal uit te komen.
En zo ziet het er uit als je de massa van een elektron in je rekenmachine typt.

Dit betekent 9,109 x 10^-31, de komma moet dus 31 stapjes naar links om op het juiste decimale getal uit te komen.
Exponent-knop
De exponent-knop gebruik je om machten van 10 in je rekenmachine in te voeren. Hieronder kan je zien waar de exponent-knop op je rekenmachine zit.


Je rekenmachine werkt altijd van links naar rechts en houdt hierin geen rekening met de rekenregels. Met rekenregels bedoel ik de volgorde waarin je een som oplost, zoals je bijvoorbeeld kent uit ezelsbruggetjes als: Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord (machten – vermenigvuldigen – delen – worteltrekken – optrekken – aftrekken).
Als voorbeeld kijken we naar de volgende som: 1,5 / 1,60×10^-19
Je rekenmachine werkt van links naar rechts. Hij zal dus eerst 1,5 / 1,60 doen. Het antwoord uit deze som (0,9375) vermenigvuldigd hij met 10^-19. Je rekenmachine herkent dus niet dat 1,60×10^-19 bij elkaar hoort. Uit deze berekening komt dan ook niet het juiste antwoord.
Om dit te voorkomen, maak je gebruik van de exponent knop. Als je de voorbeeldsom dan invult in je rekenmachine, ziet dat er als volgt uit:


Haakjes
Zoals eerder aangegeven werkt je rekenmachine altijd van links naar rechts. Dit kan niet alleen bij machten van 10 een probleem opleveren, maar ook bij sommen waarbij je zowel optrekt / aftrekt als vermenigvuldigd / deelt. Hierbij is het belangrijk om gebruik te maken van haakjes. Alles wat tussen haakjes staat, wordt namelijk als eerst uitgerekend.
Bij de voorbeeldsom: 15 x (25 – 14), wordt dus eerst 25 – 14 (= 11) uitgerekend. De uitkomst hiervan wordt vervolgens vermenigvuldigd met 25. Waardoor je op het antwoord 165 uitkomt.

Graden / radialen
Bij opdrachten waarbij je goniometrie (sinus, cosinus, tangens) gebruikt, is het belangrijk om te controleren of je rekenmachine in de goede stand staat. Bij het onderwerp krachten werk je met graden. Terwijl bij het onderwerp golven en trillingen radialen worden gebruikt.
Allereerst is het dus heel belangrijk dat je weet bij welk onderwerp je welke instelling nodig hebt. Hieronder staat bij twee rekenmachines hoe je vervolgens je instellingen kan wisselen.
Met de volgende knoppen krijg je de juiste instelling:
Graden: Mode – mode – 1
Radialen: Mode – mode – 2

Met de volgende knoppen krijg je de juiste instelling:
Radialen: shift – setup – 2 – 2
Graden: shift – setup – 2 – 1

Andere opties
Uiteraard kan je nog veel meer zaken instellen dan we in de blog hebben behandeld. Heb je een specifieke vraag over het instellen van je rekenmachine? Of heb je een andere rekenmachine dan die uit de voorbeelden? Laat hieronder dan een reactie achter en dan help ik je verder met jouw vraag!